De getrouwe en waarachtige Getuige (2)

‘Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige…’

(Openb. 3:14b)

Christus heeft na Zijn hemelvaart deze brief geschreven aan Zijn bruid in Laodicea. Ze zullen deze brief wel met grote betrokkenheid gelezen hebben. De voorganger zal het er wel moeilijk mee gehad hebben. Maar ook in de gemeente zal het de nodige op­schud­ding teweeg gebracht hebben. Want er worden nogal niet mis te verstane dingen in genoemd.

Schrijf aan de engel van de Gemeente der Laodicensen. Het gaat nu even om Laodicea en omgeving. Wat was er aan de hand? Wel, het ging niet goed in de gemeente van Laodicea. Het was er een lauwe en slappe bedoe­ning. Het vuur van de liefde, van de hoop en van het geloof was er uitgebrand. Daarom wil Christus ze uit Zijn mond spuwen. Maar voor Hij dat plan ten uitvoer brengt, schrijft Hij ze eerst nog een brief.

Dit zegt de Amen! Dat betekent: wat Ik zeg is waarachtig. Ik meen wat Ik zeg. U kunt ervan op aan. Ik zweer het… en die eed heb Ik met Mijn bloed bezegeld. Ik ben de ‘Amen’, omdat Ik de waarach­ti­ge Getuige ben, het Begin der Schepping Gods. Ik ben het levende Woord. Ik ben het vleesgeworden Woord, Dat in het broodhuis Bethlehem is neergedaald.

Als de ‘Amen’ dit zegt, moeten we Zijn Woord wel bloedserieus nemen. Zowel wat betreft de veroordelende werking ervan, waardoor mensen worden ontmaskerd, als ook wat betreft het Woord van Zijn liefde en genade, waarmee Hij wil troosten en helen. En als je deze brief goed leest, merk je dat achter Zijn veroordeling het vuur van Zijn liefde brandt. Zijn liefde tot behoud van zondaren.

Lees maar wat Hij zegt: ‘Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen’ (vers 15-16). De ‘Amen’ neemt hier geen blad voor Zijn mond. Recht op de man af zegt Hij: U bent lauw! Het vuur van uw eerste liefde is gedoofd.

Uw geestelijk leven is ingezonken. De lauwe en grauwe as van uw zelfgenoegzaamheid is alleen nog maar overgebleven. Het is gewoon een ‘dooie boel’ geworden. Het leven is eruit. Alle vormen zijn er nog wel, maar ze zijn inhoudsloos geworden. Het liefdesvuur brandt er niet in. Christus straalt er niet vanaf.

En tegen zulke mensen zegt Jezus: Ik ben de Amen, de getrouwe en de waarachtige Getuige. De Heere Jezus openbaart Zich als de onveranderlijke, die ook de getrouwe is. Wij zijn zo veranderlijk als het licht. Vandaag vinden we dit en morgen dat.

’s Morgens ben je goedsmoeds en je gaat er tegenaan. ‘s Middags kun je al terneer geslagen zijn door de omstandigheden of door een wisseling in je emotionele gevoelens. ’s Avonds ben je bereid tot de beste voornemens, maar de volgende morgen is die genegenheid al over. Niets is veranderlijker dan een mens.

God is dat niet. Hij is altijd Dezelfde in Zijn liefde en trouw. Dat betekent vooral hier in die titel ‘de Amen’. De Kanttekening schrijft: ‘Het wijst op Zijn waarheid en vastheid en Zijn trouw in het vervullen van zijn beloften.’ Zijn heerlijke deugden – Zijn trouw en goedheid, Zijn liefde en barmhartigheid, Zijn geduld en rechtvaardigheid – blijven altijd dezelfde. Wat een troost om die God te mogen kennen en je op Hem te verlaten.

Zo kunnen wij ook het nieuwe jaar weer in. De Heere zal als de Getrouwe met ons zijn. De Heere komt ons in het begin van dit nieuwe jaar groeten en zegt: Ik ben de Amen, de waarachtige Getuige. De weg door dit leven kan moeilijk zijn. Je kunt er tegen op zien.

Maar…, u die zo bezorgd bent, denkt u soms dat u het allemaal zelf moet doen, in eigen kracht? Kijken we dan niet teveel naar onze eigen zwakke schouders? Leven we dan niet alsof er geen God in de hemel is? De Heere roept ons op om op Hem te zien, op Zijn trouw en goedheid, en het van Hem alleen te verwachten. Uw Vader weet wat u nodig hebt, zegt Jezus tegen discipelen.

Het Nieuwjaarswoord, dat Johannes ons meegeeft, is overweldigend. Dit zegt de Amen, de trouwe en waarachtige Getuige. Rond de jaarwisseling en de feestdagen worden kerstkaarten verstuurd en zegenwensen uitgesproken. Dat doet enorm goed als je merkt dat iemand je het allerbeste gunt. Een klein gebaar kan veel betekenen. De woorden van onze tekst zijn een bemoediging van Christus. En Hij is Iemand, Die niet alleen laat zien wat Hij je gunt, Hij kan ook daadwerkelijk geven, wat Hij je toewenst. Wie het komende jaar ingaat met de zegen van Hem, heeft genoeg reden om niet overbezorgd te zijn. Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige, het begin der schepping Gods. Op grond hiervan kan de zegen en de vrede van God ons deel worden. Door Jezus Christus! Met drie schitterende titels wordt Hij hier genoemd: de Amen, de trouwe en waarachtige Getuige, het Begin van de schepping. Hij is betrouwbaar in zijn spreken. Hij zegt: Wie in Mij gelooft, zal leven. Op Hem kunt u aan, op Zijn evangelie, op Zijn verdiensten en gewilligheid! In het Nieuwe Testament betekent ‘getuigen’: een onbedrieglijk en plechtig getuigenis afleggen, onder ede, desnoods ten koste van je eigen leven. Dat is getuigen. Ons woordje martelaar is ervan afgeleid. Je getuigenis kan met je bloed bezegeld worden. Zo stond Jezus voor Pontius Pilatus. Hij werd getrouw tot in de dood. Christus is de grote getuige van God. In dat woordje ‘getuige’ tekent het kruis zich af, want Hij is de bloedgetuige.

Zult u Hem dan ook uw vertrouwen schenken en niet de duivel. Want duivel zegt: eens verloren blijft verloren. Eens een dief, altijd een dief. En zo probeert hij ons wijs te maken dat Gods beloften niet betrouwbaar zijn. Maar Jezus Christus getuigt: Ik ben het begin van de schepping van God, de oorsprong, maar Ik leidt ook alles naar het einde, naar de nieuwe schepping. En daar zal Ik alles zijn en in allen. Ik ben de Amen.

Ds. C.G. Vreugdenhil

De getrouwe en waarachtige Getuige (1)

“Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige…” – Openb. 3:14b

We mogen het weer beleven: het jaar onzes Heeren – anno Domini 2015. Dat klinkt nog wel wat onwennig, zo aan het begin van de nieuwe jaarkring. We voelen ons op zo’n moment vaak verlegen en onzeker. We hebben in onze technische wereld veel in de hand, maar wat er morgen of overmorgen of dit nieuwe jaar zal gebeuren, daar weten we niets van, alle prognoses ten spijt.

Lees meer

De Lofzang van Elisabeth

“En vanwaar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt? … En zalig is zij, die geloofd heeft, want de dingen, die haar van de Heere gezegd zijn, zullen volbracht worden. ” – Luk. 1:43 en 45

Daar staan ze tegenover elkaar, de twee aanstaande moeders. De ene heel jong en de andere op oudere leeftijd. De ene wordt de moeder van Christus en de andere de moeder van de heraut, die de komst van de Koning aankondigt. Daar staan ze, die twee aanstaande moeders, Maria en Elisabeth, vervuld met de Geest en met de lof van God. Elisabeth zingt haar lofzang. De kern van haar loflied lezen we in vers 43: “En vanwaar overkomt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?”

Lees meer

Onveranderlijke verbondstrouw

“Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen” – Psalm 103:17

Wat is het heerlijk als je echt van iemand op aan kunt. Zo dat hij niet vandaag vóór je is en morgen tégen je. Zo dat iemand je trouw is en betrouwbaar voor je is. Zo vaak vallen mensen tegen als je op hen wilt bouwen. God niet! Hij is echt Iemand, waar je van op aan kunt. Altijd Dezelfde in Zijn trouw. Onveranderlijk in Zijn verbondstrouw. Van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Lees meer

Vaderlijke ontferming

“Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden … Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen.” – Psalm 103:4b en 13

Op dankdag komen we samen om de Heere te erkennen voor de oogst, die mocht worden binnen gehaald. De oogst is de kroon, die God geeft op het werk. Onze tekst spreekt over ‘gekroond zijn’ met goedertierenheid en barmhartigheid. De kroon is het symbool van heerlijkheid. In de natuur is het een beeld van het volle leven in bloei, ook van de vrucht op het veld. Vorsten en vorstinnen dragen kronen. Ook bomen dragen kronen. Een kroon herinnert aan rijkdom en overvloed, eer en heerlijkheid. Overwinnaars worden gekroond. Wat een weldaad.

Lees meer

De offerande der heidenen

“Opdat ik een dienaar van Jezus Christus zij onder de heidenen, het evangelie van God bedienende, opdat de offerande der heidenen aangenaam worde, geheiligd door de Heilige Geest.” – Rom. 15:16

De apostel Paulus heeft zich altijd erg aangetrokken gevoeld om het evangelie te prediken op die plaatsen waar de naam van Christus nog nooit was genoemd. Daartoe had de Heere hem ook geroepen. Hij noemt in vers 15 zijn apostelschap een ‘genade’, die hem door God gegeven is. En zo kan hij een dienaar van Jezus Christus zijn onder de heidenen. In dat verband spreekt hij over de ‘offerande der heidenen’.

Lees meer

Geloof brengt scheiding en verbindt

“… en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan.” – Ruth 1:14b

Dat er twee wegen zijn, komt op de grens van Moab en Israël duidelijk openbaar. De HEERE heeft Zijn volk bezocht, gevende hen brood (vers 6). Naomi keert terug naar Bethlehem. Bij de grens gekomen wil ze haar beide schoondochters, die ook weduwe geworden zijn, naar hun ouderlijk huis terugsturen. Orpa neemt wenend afscheid van haar schoonmoeder. Zij had net als Ruth eerst beloofd om met Naomi mee te gaan (vers 10). Dat had ze echt gemeend. Vanwege de liefde tot Naomi. Maar als ze nu weer aan zichzelf denkt, komen de zaken toch anders te liggen. Lees meer