Voor de doden gedoopt

“Anders, wat zullen zij doen, die voor de doden gedoopt worden, indien de doden ganselijk niet opgewekt worden?” (1 Korinthe 15:29)

Paulus is bezig om de gemeente van Korinthe tot de orde te roepen. Tot de orde van het koninkrijk. De loochening van de opstanding is een levensbedrei-gende dwaalleer. Daarom zet Paulus het mes er diep in. Dat doet pijn, maar het moet. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Die “sommigen” tornen aan de fundamenten van het christelijk geloof: de opstanding van Christus en opstanding der doden. Kom tot bezinning, zegt Paulus, want zo gaat het ook in ’t christelijk leven niet goed. Lees meer

Jezus’ verbazing en angst

En Hij… begon verbaasd en zeer beangst te worden (Mark. 14:33)

Als we ergens zien hoe zwaar het lijden voor Christus is geweest, dan is het wel in de hof van Getsémané. Samen met zijn discipelen is Hij deze tuin binnen gegaan. Het eigenlijke lijden komt nu snel dichterbij. Nog enkele uren en Hij wordt gevangen genomen. Juist nu, op de drempel van het kruislijden, komt de verschrikking van wat Hem te wachten staat in alle hevigheid op Hem af. Hij zal volstrekt verlaten worden, niet alleen door Zijn discipelen, maar ook door Zijn Vader. Lees meer

Een gebed om de zegen van God

‘Toen gaf ik hun tot antwoord, en zeide tot hen: God van den hemel, Die zal het ons doen gelukken, en wij, Zijn knechten, zullen ons opmaken en bouwen…’
(Nehemia 2: 20a)
Nehemia is een bidder. Als hij in Perzië aan het hof bezoek krijgt van zijn broer Hanani uit Jeruzalem en hoort dat de muren van Jeruzalem nog steeds niet zijn opgebouwd, bedrijft hij rouw en wordt hij biddend werkzaam met de desolate toestand van zijn vaderstad. Een voorbeeld voor ons op biddag, om bedroefd te zijn over heel de situatie in ons land en onze maatschappij, waar de beschermende muur van Gods heilzame geboden verbroken ligt en God wordt onteerd.
Nehemia vast en bidt voor zijn volk. Biddend verwacht hij alles van God. Nehemia bidt een aangrijpend gebed. Hij pleit op Gods verbondstrouw en erkent de grootheid van God. Hij belijdt Israëls zonde en als we hem daar zo zien bukken voor de Heere, verrijst de gestalte van de grote Voorbidder, Die in de bres springt voor Zijn volk. Nehemia vraagt concreet om hulp: doe het toch uw knecht heden wel gelukken.
Als Nehemia in Jeruzalem gekomen is en een inspectietocht langs de muur van de stad gemaakt heeft, belegt hij een vergadering en krijgt hij toestemming om de herbouw van de muur van Jeruzalem te regelen. Groot verzet komt er van de kant van de heidense landvoogden. Maar in de kracht van het geloof geeft hij hen ten antwoord: ‘God van den hemel, Die zal het ons doen gelukken, en wij, Zijn knechten, zullen ons opmaken en bouwen…’.
Ziet u nu de lijn naar onze biddag voor gewas en arbeid? Als het over ons werk gaat, komt ook heel expliciet de vraag naar ons dagelijks levensonderhoud aan de orde. De Heere wil dat we dagelijks tot Hem komen en Hem erkennen als de Levensbron, als de overvloedige Fontein van alle goed.

Rotsvast staat Nehemia’s geloofsvertrouwen op God: ‘God van den hemel, Die zal het ons doen gelukken, en wij, Zijn knechten, zullen ons opmaken en bouwen…’. Hij is de Koning der koningen. Hij regeert! Er is verwachting voor Sion. Naar Gods eigen belofte. Hij verwacht het niet van eigen kracht en inzicht en ook niet van de mensen om hem heen. Nee: De God van de hemel. Die hoge God, die in de hemel woont. Die zal het doen gelukken. Nehemia’s verwachting is niet te hoog gespannen. Want je moet niet alleen op jezelf zien – dat is verootmoedigend – maar je moet vooral op God zien. In de eerste plaats zelfs. U moet eens letten op de volgorde. Hij zegt niet: wij gaan aan het werk en dan geeft God Zijn zegen wel. Nee, God is de eerste. Dat is de juiste volgorde! Nehemia begint bij God. Het is Zijn plan, dat Hij in het hart van Nehemia gaf. Daarom! Niet: wij en God, maar God en daarom wij! God doet gelukken, daarom gaan wij Zijn knechten bouwen. Als ons werk niet uit God is, zal het gebroken worden. Wat is dat mooi. Tegenover de spot van de vijanden staat Nehemia’s geloofsverwachting alleen op God. Nehemia spreekt deze woorden uit als het werk nog moet beginnen. Van te voren dus, niet achteraf. Hij zegt dit in het geloof, in volkomen vertrou­wen op God, de ‘God van de hemel’, Die alles geschapen heeft. Dat is een typerende naam voor God na de ballingschap. Die Naam heeft een rijke betekenis. Gods verheven majesteit wordt beleden boven alle volken en hun afgoden. De gehele hemel, met al Zijn sterren, die de heidenen vereren, staat onder Zijn heerschappij. Door Hem regeren de koningen. De God van de hemel is voor Israël ook de God van het genadeverbond. Alles is genade. God ziet in Christus in genade neer op zondaren. Omwille van Christus’ wil Hij van een zondig en verloren mens de genadige God en Vader zijn, Die ons van alle goed verzorgen, en alle kwaad van ons weren wil. Denk niet te klein van deze God. Zie op biddag op Zijn milde overvloed. Hij heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard, hoe zal Hij ons met Hem niet alle dingen schenken? Doen gelukken, zo zegt Nehemia. Hij zal de bouw van Jeruzalems muur voorspoedig maken, Hij zal de vijanden verslaan en Nehemia en zijn helpers bijstaan. En dat is ook uitgekomen. Ondanks alle moeilijkheden, die Nehemia en de zijnen ondervonden hebben tijdens de bouw, heeft God alles tot voltooiing gebracht. In 52 dagen was de muur klaar, gelukt. In het grondwoord voor ‘gelukken’ zit ook de betekenis van ‘geluk verlenen’, vrede schenken. Als de muur herbouwd is en de vijand verjaagd, komt er vrede. Daar bidden wij ook om met biddag: om nationale vrede, om werkgelegenheid, om gezondheid, voedsel, kleding, arbeidsvreugde, wijsheid in de opvoeding, Gods zegen over je zaak, voor de bouwvakkers, voor de boeren, in de verzorging, in het maatschappelijk werk, bij het evangelisatie werk en alle arbeid in het Koninkrijk Gods. ‘Gelukken’ betekent hier: geluk geven. Ten diepste wijzen deze woorden op: de vrede met God, de verzoening, de vergeving van zonden om het bloed van Christus. Hebt u dat geluk al gevonden? Dat overstraalt al je andere werk. Bent u echt gelukkig? Wij Zijn knechten zullen bouwen. Toegewijd aan de zaak van de Meester, gedreven door de liefde tot God en Zijn Koninkrijk. Je laat aan God over hoe Hij de dingen leidt, maar je bent bereid en je maakt je gereed. Voelt u hoe belangrijk hierin ook het gebed om de Heilige Geest is? Wij Zijn knechten zullen ‘bouwen’. Dat betekent letterlijk: optrekken, opbouwen, herbouwen. Gods medear­beiders zijn. Ieder draagt z’n steentje bij. Het gaat uiteindelijk om een bouwen op het Woord, maar ook vanuit het Woord. Dat brengt ons bij een heel belangrijke vraag op biddag: kent u persoonlijk deze Koning door het geloof? Wordt ons bouwen gedragen door een levend geloof in Christus? Worden we bij ons werk gevoed vanuit de verborgen omgang met God? En dat brengt me tenslotte op de diepste betekenis van het woordje ‘knechten’. Dat komt van ‘abad’ en dat betekent ‘dienen’. U hebt vast wel eens gehoord van de ‘Ebed Jahweh’, dat is de Knecht des Heeren. Knechten moeten niet heersen en de baas spelen, maar dienen in diepe zelfverloochenende liefde naar het voorbeeld van Christus. Wij Zijn knechten. Die knechten gaan eeuwig erven. Dan hebt u hier op het puin van uw eigen leven het oog leren slaan op de grote KNECHT DES HEEREN, Die Zijn leven tot het bittere eind toe heeft besteed in de dienst van God. Wat vindt u van deze Knecht? Wij Zijn knechten. Bent u dat, ben jij dat? In dit woord wordt eigenlijk kort maar krachtig het leven van een christen getekend. Wij, Zijn knechten. Daarin ligt alles opgesloten: God dienen. In de kerk, in uw beroep als onderwijzer of leraar, als directeur, als directrice, in uw gezin. Heere, ik doe alles ten diepste voor U. Dat is God dienen. Uw licht laten schijnen door uw woorden en uw levenswandel. God dienen omdat je Hem zo lief hebt. Uw liefdedienst heeft me nog nooit verdroten.

Ds. C.G. Vreugdenhil

De getrouwe en waarachtige Getuige (2)

‘Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige…’

(Openb. 3:14b)

Christus heeft na Zijn hemelvaart deze brief geschreven aan Zijn bruid in Laodicea. Ze zullen deze brief wel met grote betrokkenheid gelezen hebben. De voorganger zal het er wel moeilijk mee gehad hebben. Maar ook in de gemeente zal het de nodige op­schud­ding teweeg gebracht hebben. Want er worden nogal niet mis te verstane dingen in genoemd.

Schrijf aan de engel van de Gemeente der Laodicensen. Het gaat nu even om Laodicea en omgeving. Wat was er aan de hand? Wel, het ging niet goed in de gemeente van Laodicea. Het was er een lauwe en slappe bedoe­ning. Het vuur van de liefde, van de hoop en van het geloof was er uitgebrand. Daarom wil Christus ze uit Zijn mond spuwen. Maar voor Hij dat plan ten uitvoer brengt, schrijft Hij ze eerst nog een brief.

Dit zegt de Amen! Dat betekent: wat Ik zeg is waarachtig. Ik meen wat Ik zeg. U kunt ervan op aan. Ik zweer het… en die eed heb Ik met Mijn bloed bezegeld. Ik ben de ‘Amen’, omdat Ik de waarach­ti­ge Getuige ben, het Begin der Schepping Gods. Ik ben het levende Woord. Ik ben het vleesgeworden Woord, Dat in het broodhuis Bethlehem is neergedaald.

Als de ‘Amen’ dit zegt, moeten we Zijn Woord wel bloedserieus nemen. Zowel wat betreft de veroordelende werking ervan, waardoor mensen worden ontmaskerd, als ook wat betreft het Woord van Zijn liefde en genade, waarmee Hij wil troosten en helen. En als je deze brief goed leest, merk je dat achter Zijn veroordeling het vuur van Zijn liefde brandt. Zijn liefde tot behoud van zondaren.

Lees maar wat Hij zegt: ‘Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen’ (vers 15-16). De ‘Amen’ neemt hier geen blad voor Zijn mond. Recht op de man af zegt Hij: U bent lauw! Het vuur van uw eerste liefde is gedoofd.

Uw geestelijk leven is ingezonken. De lauwe en grauwe as van uw zelfgenoegzaamheid is alleen nog maar overgebleven. Het is gewoon een ‘dooie boel’ geworden. Het leven is eruit. Alle vormen zijn er nog wel, maar ze zijn inhoudsloos geworden. Het liefdesvuur brandt er niet in. Christus straalt er niet vanaf.

En tegen zulke mensen zegt Jezus: Ik ben de Amen, de getrouwe en de waarachtige Getuige. De Heere Jezus openbaart Zich als de onveranderlijke, die ook de getrouwe is. Wij zijn zo veranderlijk als het licht. Vandaag vinden we dit en morgen dat.

’s Morgens ben je goedsmoeds en je gaat er tegenaan. ‘s Middags kun je al terneer geslagen zijn door de omstandigheden of door een wisseling in je emotionele gevoelens. ’s Avonds ben je bereid tot de beste voornemens, maar de volgende morgen is die genegenheid al over. Niets is veranderlijker dan een mens.

God is dat niet. Hij is altijd Dezelfde in Zijn liefde en trouw. Dat betekent vooral hier in die titel ‘de Amen’. De Kanttekening schrijft: ‘Het wijst op Zijn waarheid en vastheid en Zijn trouw in het vervullen van zijn beloften.’ Zijn heerlijke deugden – Zijn trouw en goedheid, Zijn liefde en barmhartigheid, Zijn geduld en rechtvaardigheid – blijven altijd dezelfde. Wat een troost om die God te mogen kennen en je op Hem te verlaten.

Zo kunnen wij ook het nieuwe jaar weer in. De Heere zal als de Getrouwe met ons zijn. De Heere komt ons in het begin van dit nieuwe jaar groeten en zegt: Ik ben de Amen, de waarachtige Getuige. De weg door dit leven kan moeilijk zijn. Je kunt er tegen op zien.

Maar…, u die zo bezorgd bent, denkt u soms dat u het allemaal zelf moet doen, in eigen kracht? Kijken we dan niet teveel naar onze eigen zwakke schouders? Leven we dan niet alsof er geen God in de hemel is? De Heere roept ons op om op Hem te zien, op Zijn trouw en goedheid, en het van Hem alleen te verwachten. Uw Vader weet wat u nodig hebt, zegt Jezus tegen discipelen.

Het Nieuwjaarswoord, dat Johannes ons meegeeft, is overweldigend. Dit zegt de Amen, de trouwe en waarachtige Getuige. Rond de jaarwisseling en de feestdagen worden kerstkaarten verstuurd en zegenwensen uitgesproken. Dat doet enorm goed als je merkt dat iemand je het allerbeste gunt. Een klein gebaar kan veel betekenen. De woorden van onze tekst zijn een bemoediging van Christus. En Hij is Iemand, Die niet alleen laat zien wat Hij je gunt, Hij kan ook daadwerkelijk geven, wat Hij je toewenst. Wie het komende jaar ingaat met de zegen van Hem, heeft genoeg reden om niet overbezorgd te zijn. Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige, het begin der schepping Gods. Op grond hiervan kan de zegen en de vrede van God ons deel worden. Door Jezus Christus! Met drie schitterende titels wordt Hij hier genoemd: de Amen, de trouwe en waarachtige Getuige, het Begin van de schepping. Hij is betrouwbaar in zijn spreken. Hij zegt: Wie in Mij gelooft, zal leven. Op Hem kunt u aan, op Zijn evangelie, op Zijn verdiensten en gewilligheid! In het Nieuwe Testament betekent ‘getuigen’: een onbedrieglijk en plechtig getuigenis afleggen, onder ede, desnoods ten koste van je eigen leven. Dat is getuigen. Ons woordje martelaar is ervan afgeleid. Je getuigenis kan met je bloed bezegeld worden. Zo stond Jezus voor Pontius Pilatus. Hij werd getrouw tot in de dood. Christus is de grote getuige van God. In dat woordje ‘getuige’ tekent het kruis zich af, want Hij is de bloedgetuige.

Zult u Hem dan ook uw vertrouwen schenken en niet de duivel. Want duivel zegt: eens verloren blijft verloren. Eens een dief, altijd een dief. En zo probeert hij ons wijs te maken dat Gods beloften niet betrouwbaar zijn. Maar Jezus Christus getuigt: Ik ben het begin van de schepping van God, de oorsprong, maar Ik leidt ook alles naar het einde, naar de nieuwe schepping. En daar zal Ik alles zijn en in allen. Ik ben de Amen.

Ds. C.G. Vreugdenhil

De getrouwe en waarachtige Getuige (1)

“Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige…” – Openb. 3:14b

We mogen het weer beleven: het jaar onzes Heeren – anno Domini 2015. Dat klinkt nog wel wat onwennig, zo aan het begin van de nieuwe jaarkring. We voelen ons op zo’n moment vaak verlegen en onzeker. We hebben in onze technische wereld veel in de hand, maar wat er morgen of overmorgen of dit nieuwe jaar zal gebeuren, daar weten we niets van, alle prognoses ten spijt.

Lees meer

De Lofzang van Elisabeth

“En vanwaar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt? … En zalig is zij, die geloofd heeft, want de dingen, die haar van de Heere gezegd zijn, zullen volbracht worden. ” – Luk. 1:43 en 45

Daar staan ze tegenover elkaar, de twee aanstaande moeders. De ene heel jong en de andere op oudere leeftijd. De ene wordt de moeder van Christus en de andere de moeder van de heraut, die de komst van de Koning aankondigt. Daar staan ze, die twee aanstaande moeders, Maria en Elisabeth, vervuld met de Geest en met de lof van God. Elisabeth zingt haar lofzang. De kern van haar loflied lezen we in vers 43: “En vanwaar overkomt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?”

Lees meer

Onveranderlijke verbondstrouw

“Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen” – Psalm 103:17

Wat is het heerlijk als je echt van iemand op aan kunt. Zo dat hij niet vandaag vóór je is en morgen tégen je. Zo dat iemand je trouw is en betrouwbaar voor je is. Zo vaak vallen mensen tegen als je op hen wilt bouwen. God niet! Hij is echt Iemand, waar je van op aan kunt. Altijd Dezelfde in Zijn trouw. Onveranderlijk in Zijn verbondstrouw. Van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Lees meer

Vaderlijke ontferming

“Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden … Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen.” – Psalm 103:4b en 13

Op dankdag komen we samen om de Heere te erkennen voor de oogst, die mocht worden binnen gehaald. De oogst is de kroon, die God geeft op het werk. Onze tekst spreekt over ‘gekroond zijn’ met goedertierenheid en barmhartigheid. De kroon is het symbool van heerlijkheid. In de natuur is het een beeld van het volle leven in bloei, ook van de vrucht op het veld. Vorsten en vorstinnen dragen kronen. Ook bomen dragen kronen. Een kroon herinnert aan rijkdom en overvloed, eer en heerlijkheid. Overwinnaars worden gekroond. Wat een weldaad.

Lees meer

De offerande der heidenen

“Opdat ik een dienaar van Jezus Christus zij onder de heidenen, het evangelie van God bedienende, opdat de offerande der heidenen aangenaam worde, geheiligd door de Heilige Geest.” – Rom. 15:16

De apostel Paulus heeft zich altijd erg aangetrokken gevoeld om het evangelie te prediken op die plaatsen waar de naam van Christus nog nooit was genoemd. Daartoe had de Heere hem ook geroepen. Hij noemt in vers 15 zijn apostelschap een ‘genade’, die hem door God gegeven is. En zo kan hij een dienaar van Jezus Christus zijn onder de heidenen. In dat verband spreekt hij over de ‘offerande der heidenen’.

Lees meer

Geloof brengt scheiding en verbindt

“… en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan.” – Ruth 1:14b

Dat er twee wegen zijn, komt op de grens van Moab en Israël duidelijk openbaar. De HEERE heeft Zijn volk bezocht, gevende hen brood (vers 6). Naomi keert terug naar Bethlehem. Bij de grens gekomen wil ze haar beide schoondochters, die ook weduwe geworden zijn, naar hun ouderlijk huis terugsturen. Orpa neemt wenend afscheid van haar schoonmoeder. Zij had net als Ruth eerst beloofd om met Naomi mee te gaan (vers 10). Dat had ze echt gemeend. Vanwege de liefde tot Naomi. Maar als ze nu weer aan zichzelf denkt, komen de zaken toch anders te liggen. Lees meer