Onze tijden zijn in Gods hand

“Mijn tijden zijn in Uw hand.” (Psalm 31:16a)   De tijd heeft iets angstigs. We kunnen ons niet aan de greep en de macht van de tijd ontworstelen. We kunnen de tijd niet vasthouden, ook al zouden we dat soms willen. De tijd doet alles vergankelijk en voorbijgaand zijn. Door de tijd zijn zelfs de […]

Christus’ komst in het vlees

“En gij, Bethlehem Efratha, zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda?” (Micha 5:1a) De woorden van onze tekst bevatten een kostelijke voorzegging van Christus’ komst in het vlees. Die voorzeggingen in de Schrift worden steeds duidelijker naarmate de volheid des tijds nadert. Eerst wordt gezegd dat Hij uit het menselijk geslacht […]

De dierbaarheid van Christus

“U dan, die gelooft, is Hij dierbaar;” (1 Petrus 2:7a) Elk mens heeft wel iets wat hem dierbaar is. Natuurlijk: de één meer dan de ander. Maar elk heeft wel iets, wat voor hem of haar van waarde is. Iets wat van waarde is, stel je op hoge prijs. Dat zou je niet willen missen. […]

Het zachtmoedig handelen van de Knecht des HEEREN met het gekrookte riet en de rokende vlaswiek

“Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen” (Jes. 42: 3a)   Jes. 42 begint met een uitroep: “Ziet! Mijn Knecht”. Alsof Gods vinger de Messias aanwijst. Zoals eeuwen later Johannes de Doper: “Zie, het Lam Gods!”. In Hem komt God Zelf tot Zijn volk. Jeruzalem en Juda […]

Mara

“Doch zij konden het water van Mara niet drinken; want het was bitter.“ (Exodus 15 : 23m)   Israël is in de woestijn en er is geen water voor hen. Iedereen raakt afgemat. De kinderen huilen van dorst. Geen water is er voor het vee. Hun kleine voorraad is spoedig op. Overal waar ze om […]

De poorten der hel

“En de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” (Mattheüs 16:18b) Op de vraag van de Heere Jezus aan Zijn discipelen: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben?’, belijdt Petrus: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ Hierop antwoordt de Heere: ‘Op deze petra zal Ik Mijn gemeente […]

Schuilen bij God

‘Bij U schuil ik’ (Psalm 143:9)   Tijdens de tweede wereldoorlog moesten veel mensen, vooral in de grote steden, vanwege de bombardementen in schuilkelders een veilig heenkomen zoeken. Als de sirenes begonnen te loeien dan wist jong en oud: „Naar de schuilkelders. Straks vallen de bommen”. David, de dichter van deze psalm, moest ook vele […]

Geef de Heere de hand

‘Geef de HEERE de hand, en kom tot Zijn heiligdom’ (2 Kronieken 30:8m)   Een handdruk is niet zomaar een formaliteit, het betekent echt iets. Een bruid en bruidegom geven elkaar de rechterhand als ze hun ‘ja-woord’ geven. Waarom eigenlijk? Ze kunnen toch ook gewoon ‘ja’ tegen elkaar zeggen? Inderdaad, maar die handdruk is ten […]

Gebed der gemeente

“Petrus dan werd in de gevangenis bewaard; maar van de gemeente werd een gedurig gebed tot God voor hem gedaan.” Handelingen 12:5 Waar de Heere Zijn Kerk bouwt, plaatst de satan zijn kapel. Altijd zal de vorst der duisternis trachten Gods werk teniet te doen. De Heere werkte krachtig door na de uitstorting van de […]

Geloofstrouw en geloofsverwondering

“Uw ogen zullen zijn op dit veld, dat zij maaien zullen … als u dorst, zo ga tot de vaten … Toen viel zij op haar aangezicht, en boog zich ter aarde, en zeide tot hem: Waarom heb ik genade gevonden in uw ogen, dat gij mij kent, daar ik een vreemde ben?” (Ruth 2:9-10) […]